John Frans en Anton

Gepubliceerd op 18 februari 2021 om 12:17

John, Frans en Anton...een aantal jaren was dat eigenlijk bijna één woord voor mij. 
En ja..dat zijn hun echte namen. 
Andere namen verzinnen is een beetje zinloos...mensen die hen en mij kenden weten toch wel dat ze niet Piet Eend en Jan heten. 
En mensen die hen niet kennen zal het een zorg zijn hoe ze heten. 

Tijdens de crisis van het afgelopen jaar, kwam vaak de vraag voorbij: wat mis je het meeste? 
Voor mij was het onverwachte antwoord; eindeloze nachten hangen op de stoep met vrienden. Deze vrienden.

Anton kende ik het eerst...die kwam als 'transfer' van een andere school, samen met nog een jongen..ik weet niet meer wie. Het ging - zoals dat gaat - als een lopend vuurtje rond, er waren twee hele mooie blonde jongens op school gekomen.
Aangezien de school niet zo groot was, had ik ze al snel gesignaleerd.
Anton was heel opvallend...krullen als van een cherubijn met een uitermate brede glimlach. (en naar later bleek, een hele aanstekelijke lach) 
Frans leerde ik via Anton kennen, ik weet niet precies meer waar..maar ik vermoed in Frascati, de local discotheek. 
Frans, viel vooral op door zijn beweeglijkheid, lang, dun (altijd goed gekleed)  en alles leek van elastiek. Met hem heb ik uren op dansvloeren doorgebracht, lachend, klierend en vooral verbonden. 
Eén van de dingen die we gemeen hadden was dat we altijd te laat thuis kwamen....en ons daar altijd druk over maakten...maar nooit weg gingen tot de nacht over was. (en in mijn herinnering meestal  bibberend van de kou) 
John. 
John kwam een soort donderslag.
Als ik mijn ogen sluit zie ik het zó weer voor me. 
Tijdens een oorverdovend concert van Herman Brood, zat hij in een hoek op de grond. Zijn benen recht voor zich uit, zijn handen tussen zijn bovenbenen en hij zat te zingen. 
Niet mee te zingen met 'sasasasaturdaynight' van Brood...maar iets heel anders.
Helemaal in zijn eigen universum...
Ik ging naast hem zitten en heb vast iets gezegd.
Zijn blik maakte zich los van zijn eigen wereld en hij keek me aan. 
Ik kan het nog voelen. 
Herkenning? Ik kan het nog altijd niet thuisbrengen. Er was een instant klik, alleen was die klik dus een donderslag. 
Ik hield meteen van John en das nooit over gegaan. 
Dat was wederzijds en is nooit overgegaan. 
De jaren erna, was -waar ik ook kwam - de eerste vraag: "Johnnie dr ook?"

Met JohnFransenAnton zat ik dus uren op die stoepen. Sjekkies en blowtjes roken. Soms een naar buiten meegesmokkeld glas jägermeister delend. 
Soms op het dak van het bejaardentehuis vlakbij de discotheek (waar je tijdens het beklimmen van de brandtrap langs de keuken kwam, waar de toetjes al klaar stonden voor de volgende dag) soms dolend door achtertuinen van slapende bewoners...in een fietsenhok als het regende.
Eindeloos kletsen, geen idee waarover.
Het zou een mooi verhaal zijn als ik kon zeggen dat het diepe filosofische gesprekken waren, maar ze gingen denk ik vaak over muziek...welk concert er net geweest was en wat de volgende zou zijn. Of over helemaal niks. Het maakte ook niet uit. 
We lachten veel...en het was hemels.
Ik was bij hen en zij waren bij mij. 
Ik hoorde bij hun.
En dat gevoel was nieuw voor mij. 

Op gegeven moment vlogen we allemaal andere richtingen op...naar het buitenland, studeren..en dan wordt de draad van verbinding alsmaar dunner...maar ging nooit helemaal weg. 
Waar ze ook zijn, de vriendschap van deze drie jongens, dat is wat ik af en toe hartstochtelijk mis. 
Zoete melancholie
Ik zou nog graag es een hele lange nacht samen op een stoepie hebben gezeten. 
Lachend en bibberend. 
Dankbaar. 

Inge

John, Frans and Anton...for a number of years their names were like one word to me. 
And yes, it are their actual names. 
Making up different names is a bit pointless...people who knew them and me, know that their names are not Piet Eend and Jan anyway. 
And people who don't know them probably couldn't care less. 

During last years crisis, I often came across the question: what do you miss most? 
To my own surprise the answer was: endless nights of just hanging on sidewalks with friends. These friends. 

Anton was the first one I got to know. He was transferred from another school, and as these things go in a school, the news traveled fast and soon everyone knew of these two good looking very blond guys. 
Since the school wasn't that big,  I soon knew who they were. 
Anton was a striking guy, curls like a cherub , and a pleasant  big smile. (and as it turned out a matching infectious laugh) 
It was through him that I met Frans, I don't exactly remember the moment, but it was probably at Frascati, our local discotheque. 
Frans stood out in every crowd because of how he moved, tall, slender  (well dressed) he seemed to be elastic. 
I have spend hours and hours with him on many dance-floors, laughing, fooling around, always connected. 
A thing we had in common is that we always broke our curfew. We always worried and fussed about that, but in spite of that, we never went home until the night was over. 
(and as I remember, we were always the ones shivering from the cold) 
John. 
John came like thunder. 
When I close my eyes I can still picture it perfectly. 
During a loud Herman Brood concert, he was sitting on the floor in a dark corner. Legs stretched out in front of him, hands between his legs and he was singing. 
Not singing along while the band played 'sasasasaturday night' ..but a whole other song.
In his very own universe. 
I sat down next to him and probably said something. 
His gaze turned outward and his eyes looked into mine. 
I can still feel that. 
Recognition? I still am not sure. There was this instant click, and in this case that click was thunder. 
I loved him straightaway and that never passed. 
It was mutual and it never passed. 
In the years that followed, what ever bar or club I walked in to, my first question was always: "Is Johnnie here?"

So it was with JohnFransandAnton I sat on those sidewalks. 
For hours. 
Smoking cigarettes and joints. Sometimes sharing a smuggled out jägermeister. 
Sometimes on the roof of the close by elderly home (where you, while climbing the fire-escape, could see what they would have for desert the next day) sometimes roaming through backyards of sleeping houses....in a bike shed of the school if it rained. 
Endless talking, I have no idea what about. 
It would make for a good story if I could tell you it were deeply philosophical exchanges, but it was probably mostly about music. The last concert we saw..or the next. Or about nothing in particular. Its not important. 
We laughed a lot...and it was heavenly. 
I was with them and they were with me. 
I belonged. 
That was a new feeling for me. 

At some point we all flew in different directions...went abroad, went to college...en the thread that connects wears thinner and thinner, but never really gone.
But wherever they are, this friendship, these guys is what I sometimes miss deeply.
Sweet melancholy. 
How I would love to sit on a sidewalk with them for one more long long night. 
Laughing and shivering. 
Grateful. 

Inge

" There's a disturbance over by the stairs
And her face looks round for me "

                                         - The Sound, Party of the M
ind


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.